Vakantiewoning op korte afstand van hoofdverblijf
Belanghebbende is eigenaar van een vakantiewoning in de gemeente Schouwen-Duiveland en had haar hoofdverblijf in de nabij gelegen gemeente. Volgens belanghebbende kan het niet de bedoeling van de wetgever zijn geweest om forensenbelasting te heffen over een vakantiewoning, die dichtbij het hoofdverblijf van de eigenaar ligt, maar in een andere gemeente.
De rechtbank overweegt dat de afstand van het hoofdverblijf tot de vakantiewoning voor de forensenbelasting niet van belang is. De Verordening noch art. 223 Gemeentewet biedt de mogelijkheid om dan de heffing achterwege te laten. Ook in de wetsgeschiedenis vindt de rechtbank geen aanknopingspunten die pleiten voor belanghebbendes standpunt. Met betrekking tot belanghebbendes stelling dat de heffing in strijd is met de redelijkheid en billijkheid als bedoeld in art. 6:248 BW, merkt de rechtbank op dat zij niet bevoegd is op grond van redelijkheid en billijkheid een juiste wetstoepassing achterwege te laten. In art. 11 van de Wet van 1829, Stb. 28, houdende Algemeene bepalingen der wetgeving van het Koningrijk, is immers voorgeschreven dat de rechter volgens de wet moet rechtspreken en dat hij in geen geval de innerlijke waarde of billijkheid der wet mag beoordelen.
DATUM:
15 juni 2017
ECLI:
ECLI:NL:RBZWB:2017:3693
ZAAKNUMMER:
16/3510
INSTANTIE:
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
