Onverbindende verordening gemeente Wageningen
De heffingsambtenaar van de gemeente Wageningen heeft een aanslag leges opgelegd voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een herziening van een bestemmingsplan. Het bezwaar hiertegen is ongegrond verklaard. De Rechtbank Arnhem heeft het beroep ongegrond verklaard.
Belanghebbende verwacht dat de geraamde baten van alle in de Verordening en de Tarieventabel genoemde diensten, de geraamde kosten overstijgen.
Het hof overweegt dat voor de beantwoording van de vraag of de opbrengstlimiet is overschreden, naar vaste jurisprudentie van de Hoge Raad, de ramingen met betrekking tot alle in een verordening geregelde diensten in de beoordeling moeten worden betrokken.
Ter zitting heeft de heffingsambtenaar verklaard dat voor de beoordeling of de opbrengstlimiet is overschreden de diensten in Titel 3 van de Tarieventabel afzonderlijk moeten worden beoordeeld doch dat de diensten in de Titels 1 en 2 gezamenlijk in de beschouwing moeten worden betrokken. De heffingsambtenaar heeft in zijn verweerschrift slechts gegevens vermeld met betrekking tot de in Titel 2 vermelde diensten. Hij heeft als bijlage bij zijn verweerschrift 3 tabellen overgelegd met daarin de geraamde baten, de kosten ter zake van de genoemde diensten en het percentage van die kosten dat toerekenbaar is aan de diensten. Belanghebbende heeft ter zitting verklaard dat haar twijfels niet zijn weggenomen en dat met name het percentage van de toerekening van de gestelde kosten aan de diensten, zonder verdere toelichting door haar niet kan beoordeeld. Daarnaar door het hof gevraagd heeft de heffingsambtenaar ter zitting erkend dat hij op zijn minst de gegevens met betrekking tot de diensten, genoemd in de Titels 1 en 2 van de Tarieventabel, had moeten verschaffen. Hij heeft verklaard ten tijde van het opstellen van het verweerschrift niet over meer cijfers te hebben beschikt. Hij heeft het hof verzocht om in de gelegenheid te worden gesteld alsnog de ontbrekende cijfers en inzichten te verschaffen.
Het hof passeert dit voorwaardelijk bewijsaanbod, omdat het te laat is gedaan. In het licht van de inmiddels vaste jurisprudentie van de Hoge Raad over dit onderwerp moet het de heffingsambtenaar duidelijk zijn geweest welke gegevens van hem werden verlangd nadat belanghebbende in haar hoger beroepschrift nadrukkelijk het standpunt had ingenomen dat de opbrengstlimiet was overschreden. Aan dit oordeel doet niet af dat belanghebbende kennelijk aan haar andere argumenten een zwaarder gewicht toekende en het standpunt omtrent de limietoverschrijding slechts in korte bewoordingen en als meer subsidiair standpunt opnam. Hieruit volgt dat aan de Verordening verbindende kracht moet worden ontzegd.
Het hof verklaart het hoger beroep gegrond.
DATUM:
27 augustus 2013
ECLI:
ECLI:NL:GHARL:2013:6386
ZAAKNUMMER:
12/00636
INSTANTIE:
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
