Onvoldoende inzicht in ramingen leidt tot gehele onverbindendheid
De heffingsambtenaar van de gemeente Pijnacker-Nootdorp heeft aan aanslag leges opgelegd voor het in behandeling nemen van een aanvraag van een bouwvergunning. Het bezwaar hiertegen is afgewezen. In geschil is of de opbrengstlimiet is overschreden.
De rechtbank stelt voorop dat bij de vaststelling van de tarieven getoetst dient te worden of de geraamde baten de lasten ter zake overschrijden. Deze toetsing dient plaats te vinden op gegevens die zijn terug te voeren op baten en lasten in de gemeentebegroting.
Volgens de rechtbank heeft de heffingsambtenaar onvoldoende inzichtelijk gemaakt dat de door hem overgelegde ramingen van de baten en lasten zijn terug te voeren op de baten en lasten die in de gemeentebegroting zijn opgenomen. De diverse verstrekte overzichten sluiten niet, althans onvolledig, aan op de baten en lasten die in de gemeentebegroting zijn opgenomen. Bovendien heeft de heffingsambtenaar in verschillende stadia van het geding uitéénlopende overzichten overgelegd met steeds andere cijfers en dekkingspercentages. Dit gebrek aan aansluiting en consistentie doet dermate afbreuk aan de geloofwaardigheid van de door de heffingsambtenaar verstrekte gegevens dat volgens de rechtbank niet is voldaan aan de verplichting inzicht te verschaffen in de ramingen. Daar komt bij dat volgens de rechtbank aannemelijk is geworden dat de gemeente de baten van de bouwleges en daarmee de totale legesopbrengsten structureel te laag raamt. Zelfs indien de gemeente bij het ramen van de baten een ruime voorzichtigheidsmarge in acht heeft genomen, is het naar het oordeel van de rechtbank aannemelijk dat bij de vaststelling van de tarieven de opbrengst van de bouwleges en daarmee de totale legesopbrengst veel lager is geraamd dan overeenkwam met de realiteit.
Nu de heffingsambtenaar er niet in geslaagd is voldoende inzicht te verschaffen in de ramingen van met name de baten, laten de ten tijde van de vaststelling van de tarieven bekende, in de gemeentebegroting opgenomen cijfers geen andere conclusie toe dan dat de tarieven van de leges zodanig zijn vastgesteld dat de geraamde opbrengsten de geraamde lasten ter zake met ten minste 10% te boven gaan. Het moet de gemeente op de voorhand duidelijk zijn geweest dat de opbrengstlimiet in betekende mate zou worden overschreden.
Gelet hierop is de legesverordening in haar geheel onverbindend en is het beroep gegrond.
DATUM:
29 augustus 2012
ECLI:
ECLI:NL:RBSGR:2012:BX7888
ZAAKNUMMER:
AWB 10/7486 en 10/7545
INSTANTIE:
Rechtbank Den Haag
