Goede procesorde is niet geschonden door late indiening verweerschrift

Op 24 maart 2017 heeft de rechtbank de heffingsambtenaar van de gemeente Leidschendam-Voorburg verzocht om binnen 4 weken de op de zaak betrekking hebbende stukken in te dienen. De heffingsambtenaar heeft op 29 mei 2017 een verweerschrift met bijlagen ingediend. De zitting heeft plaatsgevonden op 12 juni 2017. Volgens belanghebbende zijn de stukken te laat ingediend, waardoor zij haar procespositie niet tijdig heeft kunnen bepalen en in haar belangen is geschaad.
De rechtbank stelt vast dat de heffingsambtenaar niet tijdig heeft voldaan aan de uit art. 8:42 Awb voortvloeiende termijn als opgenomen in het verzoek van de rechtbank van 24 maart 2017. Nu het verweerschrift en achterliggende stukken met dagtekening 29 mei 2017 zijn ingediend heeft de heffingsambtenaar echter alsnog voldaan aan zijn verplichting om het verweerschrift en de stukken te overleggen. De heffingsambtenaar heeft daarbij de in art. 8:58 Awb gestelde termijn in acht genomen. De artikelen 8:42 en 8:58 van de Awb hebben tot doel een behoorlijk verloop van de beroepsprocedure te waarborgen. Het verweerschrift en achterliggende stukken zijn niet dusdanig laat ingediend dat belanghebbende daar redelijkerwijs geen kennis van heeft kunnen nemen. Naar het oordeel van de rechtbank is de goede procesorde door het late indienen van het verweerschrift en de achterliggende stukken dan ook niet geschonden. De rechtbank ziet geen aanleiding om aan de overschrijding van de uit art. 8.42 Awb voortvloeiende termijn gevolgen te verbinden.
 

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.