Exploitant drogisterij met luifel ten onrechte als belastingplichtige aangemerkt
Op grond van de Verordening is degene die een voorwerp onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft belastingplichtig voor de precariobelasting in de gemeente Eindhoven. Het hof overweegt dat het begrip ‘een voorwerp heeft’ ruim dient te worden uitgelegd. Als 2 of meer personen als belastingplichtige kunnen worden aangemerkt, dient slechts degene van wie het belang op de voorgrond treedt, te worden aangemerkt als belastingplichtige (HR 7 oktober 1998, ECLI:NL:HR:1998:AA2314). Naar het oordeel van het hof is dat belanghebbende, aangezien zij het meeste belang heeft bij deze luifel. De luifel kan immers enerzijds dienen voor het plaatsen van reclameobjecten en anderzijds dienen als bescherming voor het winkelend publiek en uit te stallen objecten tegen neerslag e.d. Dat ook de bewoners van de bovengelegen appartementen een belang hebben, doordat zij door de luifel minder last hebben van het winkelend publiek, brengt het hof niet tot een ander oordeel.
In het tweede lid van het artikel over de belastingplicht is een uitzondering opgenomen op het eerste lid. Indien een vergunning is verleend om voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde grond te hebben, wordt de vergunninghouder als belastingplichtige aangemerkt, tenzij deze het voorwerp niet heeft in de zin van het eerste lid. Anders dan de rechtbank is het hof van oordeel dat, gelet op de toelichting op de modelverordening, een verleende bouwvergunning waarin is toegestemd met de bouw van een luifel, zoals hier aan de orde, is aan te merken als een vergunning als bedoeld in de Verordening. Er zijn geen aanwij-zingen dat de gemeente een andere definitie heeft beoogd dan de definitie die is opgenomen in de modelverordening. Aan de toenmalige eigenaar is in 1973 een vergunning verleend voor de bouw van de onroerende zaak. Op de bouwtekeningen staat de luifel reeds aangegeven, zodat de vergunning mede de luifel omvat. Ook is van belang dat de welstandscommissie uitdrukkelijk melding maakt van de luifel en verder dat in de verleende vergunning expliciet wordt opgemerkt dat de rooilijn gedeeltelijk wordt overschreden. De heffingsambtenaar heeft gesteld dat de verleende bouwvergunning geen rechtskracht meer heeft, omdat na de bouw van de onroerende zaak de vergunning is uitgewerkt. Het hof verwerpt deze stelling. De vergunning gaf de toenmalige eigenaar de bevoegdheid om de luifel te plaatsen en vormt de legitimatie voor de aanwezigheid van de luifel aan het gebouw ook in het onderhavige jaar. De huidige eigenaar is de rechtsopvolger van degene aan wie de bouwvergunning is verleend. Dit betekent dat de huidige eigenaar belastingplichtig is.
DATUM:
12 januari 2017
ECLI:
ECLI:NL:GHSHE:2017:89
ZAAKNUMMER:
15/01246
INSTANTIE:
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
