Belastingheffing per leiding van een leidingenbundel
Belanghebbende is in de precariobelasting betrokken wegens het hebben van leidingen in gemeentegrond. Naar aanleiding van het beroep van belanghebbende had het hof ’s-Gravenhage de aanslag vernietigd. Het daartegen door de heffingsambtenaar van de gemeente Rotterdam ingediende cassatieberoep is door de Hoge Raad gegrond verklaard. De Hoge Raad heeft de zaak verwezen naar hof Amsterdam voor de beoordeling van de grieven waar het hof ’s-Gravenhage niet aan toegekomen was.
De leidingenbundel bevat 4 leidingen, die paarsgewijs boven elkaar liggen. De onderlinge afstand bedraagt horizontaal en verticaal 25 centimeter. Door ieder van de 4 leidingen kan over een naar behoefte in te richten traject door verschillende, los van elkaar contracterende huurders een verschillende stof worden getransporteerd. Naar het spraakgebruik is die bundel niet als één leiding aan te merken. Daaraan doet volgens het hof niet af dat de leidingen in de bundel op een vaste afstand van elkaar liggen, dat de bundel constructief een eenheid vormt en dat zij als één geheel wordt beheerd en onderhouden. Naar het oordeel van het hof is dan ook op grond van de verordening in samenhang met de tarieventabel, voor elk van de in de bundel aanwezige leidingen afzonderlijk precariobelasting verschuldigd.
De omstandigheid dat de leidingenbundel veel minder ruimte inneemt dan 4 leidingen die naast elkaar zijn gelegd, maakt de aanslag volgens het hof niet onjuist of onredelijk. Geen rechtsregel hoefde de gemeente te beletten om de hoogte van de belasting afhankelijk te stellen van de lengte van de leidingen. De aard van de precariobelasting brengt volgens het hof niet mee dat het belastingbedrag moet worden afgestemd op de oppervlakte van de gemeen-tegrond waar het belaste voorwerp zich onder, op of boven bevindt. Het hof tekent daarbij nog aan dat de gebruiksmogelijkheden van de leidingen in de bundel niet geringer zijn dan die van losse leidingen.
Niet gezegd kan worden dat de gemeente voor leidingenbundels een afzonderlijk lager tarief zou hebben vastgesteld, indien het bestaan van dergelijke bundels ten tijde van het uitvaardi-gen van de verordening voorzien zou zijn.
DATUM:
28 januari 2009
ECLI:
ECLI:NL:GHAMS:2009:BI0353
ZAAKNUMMER:
08/00547
INSTANTIE:
Gerechtshof Amsterdam
