Parkeerbelasting heeft volgens A-G geen retributief karakter
Rechtbank en hof hebben geoordeeld dat X op grond van zijn diplomatieke status is vrijgesteld van parkeerbelasting. B&W van Den Haag stelt dat tegenover de parkeerbelasting een concrete prestatie van de gemeente staat, zodat sprake is van een retributief karakter waarvoor geen vrijstelling geldt. De A-G overweegt dat de opbrengst van de parkeerbelasting in de algemene middelen van de gemeente komt en vervolgens vrij kan worden besteed, al dan niet aan met parkeren verband houdende kosten en voorzieningen. De gemeente is dus vrij in de besteding van de opbrengst. De parkeerbelasting heeft dus geen retributief karakter. Ook het bedrag van de naheffingsaanslag dat ziet op de kosten voor het alsnog innen van de parkeerbelasting staat niet tegenover het recht om ergens betaald geparkeerd te staan. Het is ook niet te zien als een verleende dienst.
Terug naar kennisbankDATUM:
16 juli 2020
ECLI:
ECLI:NL:PHR:2020:697
ZAAKNUMMER:
19/03212
INSTANTIE:
Conclusie A-G IJzerman
