Rechtbank verklaart zich ten onrechte onbevoegd
Naar aanleiding van belanghebbendes bezwaar tegen de aanslag afvalstoffenheffing 2013 heeft de heffingsambtenaar van de gemeente Lelystad de onherroepelijk vaststaande aanslagen 2011 tot en met 2013 ambtshalve verminderd tot nihil. Hierop heeft belanghebbende ook voor 2007 tot en met 2010 verzocht om vermindering. De heffingsambtenaar heeft belanghebbende niet-ontvankelijk verklaard in zijn bezwaar wegens termijnoverschrijding en de aanslagen gehandhaafd. De Rechtbank Midden-Nederland heeft geoordeeld dat de heffingsambtenaar belanghebbendes brief ten onrechte heeft opgevat als een bezwaarschrift. Het verzoek had moeten worden opgevat als een verzoek tot ambtshalve vermindering. De rechtbank heeft zich om die reden onbevoegd verklaard, omdat de beslissing om een aanslag al dan niet ambtshalve te verminderen niet een voor bezwaar vatbare beslissing is.
Het hof overweegt dat de heffingsambtenaar belanghebbendes verzoek terecht heeft aangemerkt als een bezwaarschrift en dit bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Anders dan de rechtbank heeft geoordeeld, is de belastingrechter wel bevoegd kennis te nemen van het beroep. Bij zijn oordeel over de gegrondheid van het beroep dient de belastingrechter te beoordelen of sprake is van een ingevolge de belastingwet genomen besluit waartegen geen bezwaar openstaat (HR 20 december 2013, ECLI:NL:HR:2013:1797 en HR 1 maart 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA4984). Nu de heffingsambtenaar in zijn uitspraak op bezwaar belanghebbendes bezwaar niet-ontvankelijk heeft verklaard, bevestigt het hof deze uitspraak.
DATUM:
28 juli 2015
ECLI:
ECLI:NL:GHARL:2015:5742
ZAAKNUMMER:
14/00940 t/m 14/00943
INSTANTIE:
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
