Invloed van belanghebbende op de duur van het proces

Belanghebbende stelt dat de rechtbank ten onrechte de periode vanaf de indiening van de bezwaarschriften tot aan de uitspraak van het hof inzake een eerder belastingjaar buiten beschouwing heeft gelaten bij de beoordeling of sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn. Belanghebbende heeft in zijn bezwaarschriften weliswaar verwezen naar de hofprocedure, maar heeft daarin niet expliciet verzocht om op de uitkomst van deze procedure te wachten voor te beslissen. Het hof is van oordeel dat belanghebbende geen invloed op de duur van het proces heeft uitgeoefend. Aan het enkel verwijzen naar een lopende hofprocedure en de indruk die daardoor zou zijn gewekt, komt geen betekenis toe. Weliswaar is uit het standpunt van de heffingsambtenaar af te leiden dat bij de door hem (stilzwijgend) toegepaste verlenging van de beslistermijn de samenhang tussen de onderscheidene zaken een rol heeft gespeeld. In hoeverre dat daadwerkelijk een reden is geweest voor de lange beslistermijn in bezwaar is het hof uit de stukken en de toelichting van de heffingsambtenaar niet duidelijk geworden. Dit komt mede doordat de heffingsambtenaar niet met belanghebbende heeft gecommuniceerd over de langere beslistermijn. De redelijke termijn is overschreden met 21 maanden, 16 maanden toegerekend aan de heffingsambtenaar en 5 maanden aan de Staat. 

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.