Griffierecht moet door indiener beroepschrift worden betaald
Aan belanghebbende is een WOZ-beschikking afgegeven door de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam. De griffier van het hof heeft gemachtigde bij brief gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht en voor de betaling een termijn van vier weken gesteld.
Het hof overweegt dat het griffierecht niet uiterlijk op de laatste dag van de gestelde betalingstermijn was bijgeschreven op de rekening van het gerecht dan wel ter griffie gestort. Als omstandigheid op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat belanghebbende ter zake redelijkerwijs niet in verzuim is geweest, kan niet gelden dat de nota griffierecht niet is gesteld “op naam van de belanghebbende – de iure ‘de indiener’- P/A/ het (…) postbusadres van ondergetekende”. Het is onjuist dat de nota op deze wijze zou moeten worden geadresseerd. Het griffierecht wordt ingevolge art. 8:41 lid 1 Awb geheven van de indiener van het beroepschrift. In het geval door een gemachtigde hoger beroep wordt ingesteld, geldt die gemachtigde als indiener van het geschrift.
DATUM:
11 juli 2019
ECLI:
ECLI:NL:GHAMS:2019:2575
ZAAKNUMMER:
18/00650
INSTANTIE:
Gerechtshof Amsterdam
