Verordening was ten tijde van de aanslagoplegging onverbindend
Vooraf en ambtshalve overweegt het hof dat het tot de taak van de rechter behoort, zich ervan te vergewissen of een aan de belastingplichtige opgelegde heffing ten tijde van de vaststelling daarvan berustte op een wettelijke regeling met betrekking waartoe is voldaan aan de formele vereisten die door de wet voor de verbindendheid van die regeling worden gesteld (vgl. HR 1 december 1993, ECLI:NL:HR:1993:BH8218). Het hof onderzoekt daarom eerst ambtshalve of de aanslag op grond van een verbindende verordening is opgelegd. De aanslag is opgelegd met dagtekening 28 februari 2015. De Verordening is bekend gemaakt op 24 april 2015, dat is na het opleggen van de aanslag. Daarom was de Verordening ten tijde van de aanslagoplegging onverbindend.
Aan de onverbindendheid van de Verordening kan, anders dan de heffingsambtenaar van de gemeente Nissewaard meent, niet met toepassing van art. 6:22 Awb worden voorbijgegaan. De aanslag dient te worden vernietigd.
DATUM:
03 mei 2017
ECLI:
ECLI:NL:GHDHA:2017:1248
ZAAKNUMMER:
AWB-16/400
INSTANTIE:
Gerechtshof Den Haag
