Bevoegdheidsverdeling bij heffing reclamebelasting door GR
Belanghebbende stelt dat reclamebelasting op grond van de Wgr niet kan worden gedelegeerd aan een gemeenschappelijke regeling. Daartoe wijst belanghebbende erop dat in artikel 30 van de Wgr reclamebelasting niet wordt genoemd.
De rechtbank wijst op het arrest van Hof Den Bosch van 20 september 2013 (ECLI:NL:GHSHE:2013:430), waarin het onderscheid wordt uiteengezet tussen de overdracht van een bepaalde verordenende bevoegdheid die als wettelijke taak is opgedragen aan de gemeenteraad en de heffing op individueel niveau, bij wege van vaststelling van de belastingschuld en daarmee samenhangende aanslagoplegging. Artikel 30 van de Wgr, maar ook artikel 63 van de Wgr, stelt grenzen aan de overdracht van een verordenende bevoegdheid in die zin dat de verordenende bevoegdheid van reclamebelasting, gelet op de limitatieve opsomming, niet kan worden overgedragen. Daarvan is ook geen sprake geweest aangezien de gemeenteraad de verordening heeft vastgesteld. Deze artikelen zien, anders dan belanghebbende meent, niet op de heffing op individueel niveau. De bevoegdheid tot de feitelijke heffing ligt blijkens artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bij de heffingsambtenaar. Indien voor de heffing van gemeentelijke belastingen een gemeenschappelijke regeling is getroffen en bij die regeling een openbaar lichaam is ingesteld, biedt het bepaalde in artikel 232, vierde lid, onderdeel a, van de Gemeentewet de wettelijke grondslag voor aanwijzing bij of krachtens die regeling van een ambtenaar van dat openbare lichaam als heffingsambtenaar.
Belanghebbende heeft verder nog een beroep gedaan op artikel 27 van de Wgr en aangevoerd dat in het register niet is opgenomen dat ook de bevoegdheid tot de heffing van reclamebelasting is overgedragen. De rechtbank stelt vast dat dit artikel bepaalt dat B&W een register bijhouden van de regelingen waaraan hun gemeente deelneemt. Ingevolge het tweede lid, aanhef en onder c, van dit artikel worden in de registers in ieder geval vermeld de bevoegdheden die bij de regeling dan wel, met toepassing van artikel 10, tweede lid, tweede volzin, krachtens de regeling zijn overgedragen. Naar het oordeel van de rechtbank strekt de toepassing van artikel 62 juncto artikel 27 van de Wgr niet zover dat het niet of niet volledig bijhouden van een register leidt tot de conclusie dat er een gebrek aan de bevoegdheid van de heffingsambtenaar kleeft. Uit de parlementaire geschiedenis bij dit artikel (Kamerstukken II 1980/81, 16 538, nr. 3, p. 42) kan ook niet meer dan worden afgeleid dan dat met dit artikel overzicht/inzicht voor de burger wordt beoogd.
DATUM:
12 januari 2015
ECLI:
ECLI:NL:RBOBR:2015:91
ZAAKNUMMER:
14/2285
INSTANTIE:
Rechtbank Oost-Brabant
