Heffingsambtenaar is wettelijke rente verschuldigd wegens niet tijdig vaststellen en uitbetalen dwangsombeschikking

Van belanghebbende zijn voor de aanvraag van een Nederlandse identiteitskaart bij schriftelijke kennisgeving leges geheven. Op 1 mei 2017 heeft de heffingsambtenaar beslist op bezwaar en – impliciet – het verzoek om vaststelling van een dwangsom afgewezen. Na ingebrekestelling had de heffingsambtenaar twee weken de tijd om uitspraak op bezwaar te doen. Die termijn verstreek op 27 april 2017. Er is daarom een dwangsom van € 80 verschuldigd. De heffingsambtenaar had de dwangsombeschikking uiterlijk op 16 mei 2017 (twee weken na 1 mei 2017) moeten geven. Op grond van art. 4:87 lid 1 Awb geschiedt de betaling binnen 6 weken nadat de beschikking op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt, tenzij de beschikking een later tijdstip vermeldt. De schuldenaar is in verzuim indien hij niet binnen de voorgeschreven termijn heeft betaald (art. 4:97 Awb). Gelet daarop zou 27 juni 2017 de laatste dag van de betalingstermijn zijn. Vanaf dat moment is de heffingsambtenaar in verzuim en dus wettelijke rente verschuldigd (art. 4:97 jo. art. 4:98 lid 1 Awb). De heffingsambtenaar is wettelijke rente verschuldigd met ingang van 28 juni 2017 tot aan de dag van de algehele voldoening. 

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.