Vrijstelling in verordening geldt niet voor kabels en leidingen
De heffingsambtenaar van de gemeente Haarlem heeft aan belanghebbende, een energie-maatschappij, 2 aanslagen precariobelasting opgelegd van elk € 2.338.583. Na bezwaar is 1 aanslag verminderd naar € 1.236.036 en is de andere aanslag gehandhaafd. De Rechtbank Haarlem heeft de beroepen ongegrond verklaard.
In de Verordening is bepaald dat geen precariobelasting wordt geheven ter zake van het gebruik van openbare grond of openbaar water of het hebben van particuliere werken of inrichtingen, indien de verplichting tot betaling van de belasting het gevolg is van een door het gemeentebestuur bevolen wijziging van de bestaande toestand.
Het hof oordeelt dat een redelijke uitleg van deze bepaling met zich brengt dat de invoering van een precariobelasting niet kan worden aangemerkt als een door de gemeente bevolen wijziging van de bestaande toestand. Voorts valt noch uit de aandeelhoudersovereenkomst, noch uit de fusieovereenkomst een standpuntbepaling af te leiden waaruit zou voortvloeien dat de gemeente van de bevoegdheid tot het heffen van precariobelasting zou hebben afgezien. Belanghebbende kan niet worden gevolgd in de stelling dat de gemeente door aanspraak op dividend reeds een met precario vergelijkbare vergoeding zou hebben verkregen. De heffing van precario en het doen van winstuitkeringen door belanghebbende kunnen niet op één lijn worden gesteld.
Het hof verklaart het hoger beroep ongegrond.
DATUM:
26 augustus 2010
ECLI:
ECLI:NL:GHAMS:2010:BN6202
ZAAKNUMMER:
08/00394 en 08/00395
INSTANTIE:
Gerechtshof Amsterdam
