Aandeelhoudersconvenant brengt geen gedoogplicht mee
Belanghebbende is eigenaar van het waterleidingnet in de gemeente De Ronde Venen. In verband met precarioheffing op waterleidingen heeft B&W belanghebbende verzocht opgave te doen van het aantal strekkende meters waterleiding in gemeentegrond. Op basis daarvan heeft de heffingsambtenaar voor 2016 een aanslag precariobelasting opgelegd van € 630.062,-. In het kader van onder meer de oprichting van één van de rechtsvoorgangers van belanghebben-de, hebben Provinciale Staten van Utrecht, Gedeputeerde Staten van Utrecht en onder andere de in De Ronde Venen samengevoegde gemeenteraden in 1988 een aandeelhoudersconve-nant gesloten. Belanghebbende stelt dat dit convenant aan de heffing van precariobelasting in de weg staat, omdat de gemeente het aanleggen en houden van waterleidingen door belang-hebbende dient te gedogen. In het convenant is onder andere opgenomen dat belanghebben-de van de gemeente geen vergunning, concessie of toestemming in enigerlei vorm behoeft voor de realisering van haar statutaire doel en dat partijen zo nodig de hiertoe strekkende besluiten vaststellen.
De rechtbank overweegt dat een dergelijke bepaling aldus worden begrepen dat deze toe-stemming wordt verleend krachtens de publiekrechtelijke bevoegdheid die de gemeente daartoe heeft. Een daaruit voortvloeiende plicht van de gemeente om de waterleidingen in gemeentegrond toe te staan, brengt niet een gedoogplicht mee die aan precarioheffing in de weg staat. De rechtbank stelt tevens vast dat partijen van mening verschillen over enerzijds de vraag of het convenant nog geldt en anderzijds over de reikwijdte van de bepaling over terugbetaling van retributies op grond van (toekomstige) verordeningen. Daarover oordeelt de rechtbank dat niet de belastingrechter, maar de civiele rechter zich zo nodig een oordeel moet vormen. Niet geoordeeld kan worden dat de heffingsambtenaar geen belang heeft bij de aanslagoplegging. De heffingsambtenaar heeft ten onrechte pas per 2017 de door belangheb-bende opgegeven gecorrigeerde metrages gebruikt waardoor de aanslag verminderd wordt tot € 552.829,50.
DATUM:
12 april 2018
ECLI:
ECLI:NL:RBMNE:2018:1639
ZAAKNUMMER:
17/2016
INSTANTIE:
Rechtbank Midden-Nederland
