Geen overdracht van vorderingsrecht jegens de gemeente
In geschil is of er contractuele afspraken zijn op grond waarvan geoordeeld zou moeten worden dat die de heffing van precariobelasting op het gas- en elektriciteitsnetwerk in de gemeente Renswoude in de weg staan.
De rechtbank stelt vast dat niet belanghebbende, als netbeheerder, maar een andere N.V. de rechtsopvolger is van het energiedistributiebedrijf waarin de partij waarmee de contractuele afspraken zijn gesloten, is overgegaan. Belanghebbende en de N.V. zijn verschillende rechts-personen. Van vereenzelviging van rechtspersonen of derdenbeding is volgens de rechtbank geen sprake. De N.V. heeft nog een cessie-overeenkomst overgelegd, waarbij zij haar vorde-ringsrecht jegens de gemeente inzake het verbod op precariobelasting overdraagt aan belanghebbende. Daarmee stelt belanghebbende dat zij (alsnog) een vorderingsrecht jegens de gemeente heeft. Nog daargelaten of de gemeente daarvoor geen toestemming had moeten geven, stelt de rechtbank vast dat daarmee slechts het vorderingsrecht van de bij de contractuele afspraken betrokken partij wordt overgedragen. Van deze partij wordt de precario-belasting echter niet geheven, zodat het vorderingsrecht ook niet overgedragen kan worden. Dat belanghebbende materieel belanghebbende is bij de overeenkomsten betekent niet dat zij zich ook kan beroepen op de inhoud van die bepalingen als ware zij zelf partij bij die overeen-komst. Ten slotte heeft belanghebbende geen feiten of omstandigheden gesteld die maken dat de heffingsambtenaar in strijd met de Verordening handelt indien hij precariobelasting heft van belanghebbende, een derde die geen partij bij de overeenkomsten is.
DATUM:
15 september 2016
ECLI:
ECLI:NL:RBMNE:2016:5369
ZAAKNUMMER:
14/6786
INSTANTIE:
Rechtbank Midden-Nederland
