Op grond van oude overeenkomsten aanwezigheid van elektriciteitsleidingen gedogen
De heffingsambtenaar heeft aan belanghebbende, netbeheerder van elektriciteitsleidingen in de gemeente, een aanslag precariobelasting 2012 opgelegd van € 1.671.240. De eigenaar van de leidingen is een 100% dochter van belanghebbende. Een rechtsvoorganger van belangheb-bende heeft met een aantal rechtsvoorgangers van de gemeente in de jaren ’20 en ’80 overeenkomsten gesloten voor het hebben van elektriciteitsleidingen in gemeentegrond.
Naar het oordeel van de rechtbank is het aannemelijk dat de rechten zijn overgegaan op de eigenaar van de leidingen, gelet op de (juridische) fusies en naamswijzigingen, die zijn toege-licht met stukken. Een fusie is immers op grond van artikel 3:80, tweede lid, van het BW een vorm van verkrijging van goederen onder algemene titel. De heffingsambtenaar heeft aange-voerd dat belanghebbende geen inzage heeft gegeven in splitsingen die hebben plaatsgevon-den, waarbij mogelijk rechten aan andere ondernemingen zijn overgedragen. Nu echter het in eigendom hebben en beheren van elektriciteitsleidingen de activiteit van de dochter van belanghebbende is, acht de rechtbank het aannemelijk dat de daarmee samenhangende rechten jegens de gemeente op haar zijn overgegaan. Voor zover de gemeente gehouden is op grond van de overeenkomsten de aanwezigheid van de onderhavige elektriciteitsleidingen te gedogen, kan dan ook geen precariobelasting worden geheven. Daarbij is niet van belang in hoeverre belanghebbende zelf partij bij de desbetreffende overeenkomsten is. De verplichting tot gedogen is in de Verordening in algemene bewoordingen gesteld en gekoppeld aan de voorwerpen die moeten worden gedoogd. Dit betreft een vrijstelling die ook voor de heffing van belanghebbende gevolgen heeft. Naar het oordeel van de rechtbank zijn aldus de verplich-tingen uit hoofde van de overeenkomsten overgegaan op de gemeente. Deze verplichtingen omvatten slechts een deel van het grondgebied van de huidige gemeente en alleen op dat deel van het grondgebied bestaat een gedoogplicht. Naar het oordeel van de rechtbank kan een fusie van gemeenten er niet toe leiden dat méér verplichtingen overgaan of ontstaan dan zijn overeengekomen. Dit brengt mee dat de nieuwe gemeenten louter gehouden waren de leidingen te gedogen op die delen van het grondgebied van de gemeenten waarop de over-eenkomsten betrekking hebben. De aanslag wordt verminderd tot € 134.467.
DATUM:
11 juni 2015
ECLI:
ECLI:NL:RBGEL:2015:3678
ZAAKNUMMER:
AWB-13/6715
INSTANTIE:
Rechtbank Gelderland
