Overeenkomsten staan niet in de weg aan heffing, schatting lengte kabels

Belanghebbende exploiteert een elektriciteits- en een gasnetwerk in de gemeente Laren. De heffingsambtenaar heeft een aanslag precariobelasting opgelegd voor het hebben van kabels en leidingen in een elektriciteits- en gasnetwerk onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond.
Ten aanzien van het elektriciteitsnetwerk stelt belanghebbende dat het opleggen van een aanslag precariobelasting in strijd is met een tussen zijn rechtsvoorgangers en de gemeente geldende overeenkomst. De heffingsambtenaar voert aan dat de regeling waaraan belangheb-bende refereert inmiddels van rechtswege is geëindigd en verwijst hiertoe naar de uitspraak van de Rechtbank Haarlem van 3 maart 2008 (ECLI:RBHAA:2008:BD0832) over een gelijkluiden-de overeenkomst met de gemeente Bennebroek. Evenals de toenmalige Rechtbank Haarlem en op gelijke gronden is de rechtbank van oordeel dat de aan de provincie verleende rijkscon-cessie geacht moet worden vervallen te zijn bij de invoering van de Electriciteitswet 1989. De regeling staat dan ook niet in de weg aan precarioheffing.
Ter zake van het gasnetwerk beroept belanghebbende zich op een tussen de gemeente Laren en de rechtsvoorgangers van belanghebbende gesloten koopovereenkomst. De rechtbank overweegt dat de tekst van deze overeenkomst duidelijk is over de beperking van de vrijstel-ling van precariobelasting voor de duur van 10 jaar. Belanghebbende voert niets aan waaruit blijkt dat partijen een ruimere strekking voor ogen stond.
Ten aanzien van de lengte van het elektriciteits- en gasnetwerk stelt de rechtbank vast dat beide partijen zich bedienen van schattingen. Bij gebreke van exacte meetgegevens is het aan de heffingsambtenaar een redelijke schatting te maken. Naar het oordeel van de rechtbank is deze op basis van benchmarkgegevens van de netwerken van vergelijkbare gemeenten, van de lengte van het wegennet en het waternet gekomen tot een redelijke schatting. Daartegenover heeft belanghebbende de door haar opgegeven metrages niet onderbouwd met verifieerbare gegevens. Gevoegd bij de onweersproken stelling dat in de cijfers van belanghebbende een deel van de vertakkingen van de netwerken niet is meegenomen, is de schatting van de heffingsambtenaar onvoldoende bestreden en gaat de rechtbank uit van de juistheid van deze schatting.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
 

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.