Koopovereenkomst staat in de weg aan heffing
In 1992 hebben de gemeenten Haarlem, Bloemendaal, Velsen en Zandvoort en het door die gemeenten beheerste openbare lichaam Waterleidingbedrijf Zuid-Kennemerland gezamenlijk een N.V. opgericht. In 1996 hebben de gemeenten hun aandelen in de N.V. verkocht en overgedragen aan belanghebbende.
De heffingsambtenaar van de gemeente Haarlem heeft aan belanghebbende, een waterleiding-bedrijf, een aanslag precariobelasting van € 2.338.583,26 opgelegd. Na bezwaar is de aanslag verminderd tot € 1.238.420. De rechtbank Haarlem heeft het daartegen door belanghebbende ingestelde beroep gegrond verklaard en de aanslag vernietigd.
Uit het bepaalde in de koopovereenkomst vloeit voort dat de bij die overeenkomst als verko-pers betrokken gemeenten, waaronder de gemeente Haarlem, aan de rechtsvoorgangster van belanghebbende het recht hebben verleend om waterleidingwerken te hebben in grond welke aan die gemeenten toebehoort. Uit deze bepaling volgt ontegenzeggelijk dat die gemeenten gedurende de looptijd van de koopovereenkomst niet bevoegd zijn op te treden tegen het hebben van zodanige werken in gemeentegrond. Naar de strekking van artikel 228 van de Gemeentewet kan bij het ontbreken van zodanige bevoegdheid geen precariobelasting worden geheven (Hoge Raad 10 juli 2009, nr. 42 804, BNB 2009/234).
Het hof verklaart het hoger beroep ongegrond.
DATUM:
11 november 2010
ECLI:
ECLI:NL:GHAMS:2010:BO4073
ZAAKNUMMER:
07/00832
INSTANTIE:
Gerechtshof Amsterdam
