Progressieve tariefstelling leidt niet tot schending van het gelijkheidsbeginsel
Naar het oordeel van Hof 's-Hertogenbosch leidt de gedifferentieerde (progressieve) tariefstelling in de Verordening van de gemeente Heerlen tot een onredelijke en willekeurige heffing. Het hof overweegt dat de gemeente aanvragers van bouwplannen met ‘grote bouwsommen’ (bouwkosten van € 250.000 of hoger) substantieel zwaarder belast dan aanvragers van bouwplannen met ‘kleine bouwsommen’ (bouwkosten tot € 25.000) en ‘middelgrote bouwsommen’ (bouwkosten tussen € 25.000 en € 250.000), terwijl de kosten voor de gemeente die met het in behandeling nemen van een aanvraag gepaard gaan naar verhouding (veel) lager zijn voor een aanvraag van een bouwplan met een ‘grote bouwsom’, zonder dat voor deze ongelijke behandeling een objectieve en redelijke rechtvaardiging is aangevoerd. Ook de A-G is van mening dat er een redelijke verhouding tussen de door de aanvraag opgeroepen gemeentelijke kosten en het legesbedrag dient te zijn.
De Hoge Raad overweegt dat gemeenten behoudens het verbod op het hanteren van draag-kracht als verdelingsmaatstaf en de in de wet gegeven nadere regelen, zelf invulling kunnen geven aan de in de belastingverordeningen op te nemen heffingsmaatstaven voor de gemeentelijke belastingen en rechten. Het staat hun in beginsel vrij die heffingsmaatstaven op te nemen die zich het beste verstaan met het gemeentelijke beleid en de praktijk van de belastingheffing (Kamerstukken II 1989/90, 21 591, nr. 3, blz. 65-67 en 77-78). Het hanteren van een vast, bescheiden percentage van de bouwkosten van 2,25 percent, zoals dat op grond van de Verordening geldt voor de bouwkosten boven € 250.000, kan niet worden aangemerkt als onredelijk of willekeurig (vgl. HR 14 augustus 2009, nr. 43120, ECL:NL:HR:2009:BI1943, BNB 2009/276). De heffing naar lagere percentages van de bouwkosten beneden € 250.000 respectievelijk € 25.000 leidt niet tot schending van het gelijkheidsbeginsel. Die percentages zijn immers bij de vermelde bouwkosten zonder onderscheid van toepassing op alle belastingplichtigen (vgl. HR 10 december 2004, nr. 36776, ECLI:NL:HR:2004:AF7505, BNB 2005/102). De omstandigheid dat bij hogere bouwkosten wordt geheven naar een ander percentage levert niet een ongelijke behandeling van gelijke gevallen op. Het beroep in cassatie van B&W van de gemeente Heerlen slaagt.
DATUM:
04 april 2014
ECLI:
ECLI:NL:HR:2014:780
ZAAKNUMMER:
12/05118
INSTANTIE:
Hoge Raad
