Taxateurs en rechtsbijstandverleners zijn geen gelijke gevallen
De gemachtigde van belanghebbende betoogt dat op basis van de cijfers van het CBS het uurtarief voor taxateurs dient te worden geïndexeerd tot € 57 per uur. Er is sprake van ongelijke behandeling, omdat de vergoeding voor rechtsbijstandverleners ieder jaar wordt geïndexeerd en het uurtarief voor taxateurs niet.
Het hof overweegt dat de stelling dat het uurtarief voor taxateurs geïndexeerd dient te worden geen grondslag vindt in de wet- en regelgeving. De feitenrechters hebben ten behoeve van de eenvoud en de rechtsgelijkheid richtlijnen geformuleerd en het hof ziet geen aanleiding daarvan af te wijken. Van schending van het gelijkheidsbeginsel is geen sprake. Belanghebbende beroept zich op het gelijkheidsbeginsel en zij wordt niet ongelijk behandeld in vergelijking met een belastingplichtige die onder vergelijkbare omstandigheden een vergoeding voor taxatiekosten krijgt. Ten overvloede merkt het hof op dat taxateurs en rechtsbijstandverleners geen gelijke gevallen zijn. Voor toepassing van het uurtarief dat per 1 juli 2018 wordt gehanteerd ziet het hof geen aanleiding. Getoetst aan het uurtarief dat werd gehanteerd ten tijde van haar uitspraak, heeft de rechtbank de vergoeding juist berekend.
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van art. 80a RO.
DATUM:
24 mei 2019
ECLI:
ECLI:NL:HR:2019:822
ZAAKNUMMER:
19/00139
INSTANTIE:
Hoge Raad
