Schending beginselen van behoorlijke rechtspleging door rechtbank
De heffingsambtenaar van de gemeente Cranendonck en belanghebbende zijn tot overeenstemming gekomen over de WOZ-waarde van belanghebbendes woning.
Belanghebbende is ter zitting van de rechtbank niet in de gelegenheid gesteld zijn pleitnota voor te dragen en de rechtbank heeft hem geweigerd daarvan exemplaren over te leggen. De rechtbank heeft hiervan in het proces-verbaal van de zitting géén melding gemaakt en in de uitspraak niet gemotiveerd waarom het belang van een goede procesorde zich daar tegen verzette.
Het hof overweegt dat bij gebreke van een afweging tussen het belang van belanghebbende om ter zitting zijn standpunten voor te dragen of anderszins toe te lichten, tegenover zwaarwegende redenen ontleend aan het belang van een goede procesorde, niet valt in te zien waarom belanghebbende tijdens die zitting niet in de gelegenheid is gesteld zijn standpunten aan de hand van een pleitnota nader toe te lichten. Daarmee heeft de rechtbank de beginselen van een behoorlijke rechtspleging geschonden. Het hof bepaalt met toepassing van artikel 8:114, eerste lid, van de Awb dat het door belanghebbende voor het hoger beroep betaalde griffierecht door de griffier van het hof aan hem wordt terugbetaald. Aangezien het beroep gegrond is, zal het hof bepalen dat de heffingsambtenaar het door belanghebbende voor het beroep betaalde griffierecht vergoedt. Aangezien het door belanghebbende ingestelde hoger beroep gegrond is, veroordeelt het hof de heffingsambtenaar tot betaling van een tegemoetkoming in de proceskosten voor het beroep en het hoger beroep.
DATUM:
04 februari 2016
ECLI:
ECLI:NL:GHSHE:2016:374
ZAAKNUMMER:
14/00851
INSTANTIE:
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
