Geen rechtens te honoreren vertrouwen aan toezeggingen
De heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam heeft aan belanghebbende een aanslag precariobelasting (liggeld) opgelegd voor een woonboot. De Rechtbank Amsterdam heeft het beroep ongegrond verklaard.
Belanghebbende doet een beroep op het vertrouwensbeginsel, omdat tijdens bijeenkomsten met bewoners van woonboten is toegezegd dat geen precariobelasting geheven zou worden. Indien op enig moment een herinrichting van het gebied zou plaatsvinden en het eigendom van het water zou overgaan van rijkswaterstaat naar de gemeente, zouden de bewoners daarover eerst worden ingelicht. Het hof stelt voorop dat de personen die de toezeggingen gedaan hebben niet door het dagelijks bestuur van het stadsdeel zijn benoemd tot heffingsambtenaren. Zij zijn daarom niet bevoegd uitlatingen te doen over het (voorlopig) niet heffen van precariobelasting. Echter ook uitlatingen van degene die niet bevoegd is en die moeten worden aangemerkt als een toezegging, kunnen tot rechtens te honoreren vertrouwen leiden. Dit is het geval als belanghebbende onder de gegeven omstandigheden redelijkerwijs mocht aannemen dat de schijn is gewekt dat gedane toezeggingen kunnen worden toegerekend aan de heffingsambtenaar. Belanghebbende heeft onvoldoende aangevoerd op grond waarvan het hof tot het oordeel zou kunnen komen dat zodanige omstandigheden zich hier voordoen.
Het hof verklaart het hoger beroep ongegrond.
DATUM:
19 mei 2011
ECLI:
ECLI:NL:GHAMS:2011:BR4594
ZAAKNUMMER:
P09/00037
INSTANTIE:
Gerechtshof Amsterdam
