Belang hoorzitting ter plaatse groter dan belang bij telefonische hoorzitting
De gemachtigde van belanghebbende heeft aangegeven dat zij in verband met de afstand (Annerveenschekanaal-Oss) een telefonische hoorzitting wenst. De heffingsambtenaar van de BsOB heeft aangegeven dat, behoudens uitzonderingsgevallen, niet telefonisch wordt gehoord en dat het verzoek wordt afgewezen.
Hierop heeft de gemachtigde zich op het standpunt gesteld dat gelet op de te overbruggen afstand sprake is van een uitzonderingssituatie. De heffingsambtenaar heeft meegedeeld dat, na afweging van de belangen, niet tot telefonisch horen zal worden overgegaan en heeft een hoorzitting gepland. De gemachtigde van belanghebbende is, zonder opgaaf van redenen, niet verschenen op de hoorzitting.
De rechtbank is van oordeel dat de door de heffingsambtenaar aangedragen argumenten een voldoende grondslag bieden om geen gehoor te geven aan de wens om telefonisch te worden gehoord. Het betreft geen standaard WOZ-zaak, maar de waardering van een automotivebedrijf aan de hand van de hwk-methode. Aan het belang van de heffingsambtenaar om de eigen taxateur in de gelegenheid te stellen om de hoorzitting bij het bedrijfsobject te beleggen om de objectkenmerken, samen met de door belanghebbende ingeschakelde taxateur, te bekijken en de bezwaargronden te bespreken komt meer gewicht toe dan aan het belang van belanghebbende bij het houden van een telefonische hoorzitting in verband met de te overbruggen afstand.
DATUM:
18 april 2017
ECLI:
ECLI:NL:RBOBR:2017:2214
ZAAKNUMMER:
16/2772
INSTANTIE:
Rechtbank Oost-Brabant
