Horen zoon tijdens inpandige opname
Tijdens de inpandige opname is het bezwaar toegelicht door de zoon van belanghebbende. Dit gesprek is door de heffingsambtenaar van de gemeente Naarden aangemerkt als hoorzitting, waar belanghebbendes gemachtigde in het WOZ-bezwaar om verzocht heeft. Belanghebbende heeft tijdens het bezoek van de taxateur niet aangegeven dat de gemachtigde in plaats van haar zoon moest worden gehoord, aldus de heffingsambtenaar. Hij stelt dat belanghebbende daardoor haar zoon heeft gemachtigd om namens haar deel te nemen aan de hoorzitting.
Het hof overweegt dat artikel 7:2, tweede lid, van de Awb bepaalt dat het bestuursorgaan in ieder geval de indiener van het bezwaarschrift op de hoogte stelt van de geboden gelegenheid om te worden gehoord. De heffingsambtenaar heeft de gemachtigde van belanghebbende niet op de hoogte gesteld dat hij de inpandige opname wenste te combineren met een hoorzitting. De gevoerde e-mailwisseling kan niet als zodanig worden opgevat nu daarin enkel een inpandige opname aan de orde werd gesteld. Omdat belanghebbendes gemachtigde niet op de hoogte was van de voorgenomen hoorzitting, heeft de heffingsambtenaar reeds op die grond de hoorplicht geschonden. Het hof is verder van oordeel dat het gesprek met de zoon van belanghebbende niet als hoorgesprek kan worden aangemerkt. Niet is gebleken dat belanghebbende haar zoon hiervoor heeft gemachtigd of dat de heffingsambtenaar daarvan mocht uitgaan.
DATUM:
12 april 2016
ECLI:
ECLI:NL:GHARL:2016:2936
ZAAKNUMMER:
15/00184
INSTANTIE:
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
