Geen schending hoorplicht bij hoorzitting buiten kantooruren

Belanghebbende wil telefonisch worden gehoord of, als als de heffingsambtenaar daarmee niet instemt, het hoorgesprek tijdens kantooruren plannen. Hierop heeft de heffingsambtenaar van het samenwerkingsverband Meerinzicht belanghebbende uitgenodigd voor een hoorzitting om 19.20 uur op het gemeentehuis. De heffingsambtenaar heeft toegelicht waarom hij niet telefonisch wil horen en waarom de hoorzitting buiten kantooruren is gepland.
Het hof stelt voorop dat het in beginsel aan de heffingsambtenaar is belanghebbende uit te nodigen voor een hoorgesprek op een door hem vastgestelde tijd en plaats (vgl. HR 15 mei 2009, ECLI:NL:HR:2009:BI3751). Over het telefonisch horen is tijdens de parlementaire behandeling opgemerkt dat daarmee niet wordt voldaan aan de minimumeisen die in artikel 7:2 van de Awb aan het horen worden gesteld (Kamerstukken II 1990/91, 21 221, nr. 5, punt 2.195). Naar het oordeel van het hof volgt hieruit dat het bestuursorgaan met de nodige zorgvuldigheid het bezwaar dient te behandelen en het daaraan niet voldoet indien de belanghebbende uitsluitend de gelegenheid wordt geboden telefonisch te worden gehoord. Dit laat echter onverlet dat de heffingsambtenaar gehoor dient te geven aan de uitdrukkelijke en met redenen omklede wens van de belanghebbende om telefonisch te worden gehoord, tenzij zwaarder wegende belangen aan de zijde van het bestuursorgaan zich hiertegen verzetten. Het hof acht de door de heffingsambtenaar gegeven motivering daartoe voldoende. De heffingsambtenaar mocht daarom weigeren belanghebbende telefonisch te horen. Gelet op de toelichting dat het beleid om alleen ’s avonds hoorgesprekken in te plannen mede is ingegeven door de wens van particulieren buiten kantooruren (werktijd) te worden gehoord, is het hof van oordeel dat het was toegestaan alleen buiten kantooruren een hoorgesprek aan te bieden. De rechtbank heeft terecht beslist dat van een professionele organisatie die met meerdere werknemers rechtsbijstand verleent, mag worden verwacht dat zij in staat is in de avonduren iemand af te vaardigen naar een hoorzitting, te meer daar de datum en het tijdstip van het hoorgesprek tijdig is aangekondigd. Dat (de gemachtigde van) belanghebbende niet is verschenen bij het hoorgesprek dient daarom voor haar rekening en risico te komen. Van schending van de hoorplicht is geen sprake.
 

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.