Geen schending hoorplicht door hoorzitting tegelijk met inpandige opname
De heffingsambtenaar van de gemeente Deventer heeft belanghebbende en zijn gemachtigde uitgenodigd voor een hoorzitting in de woning van belanghebbende. Belanghebbende was bij de hoorzitting aanwezig, de gemachtigde is daarbij niet verschenen. Belanghebbende betoogt dat de hoorplicht is geschonden. Daarnaast waren de bevindingen van de taxateur niet bekend voorafgaand aan de hoorzitting, wat volgens belanghebbende gelijk gesteld dient te worden met het onthouden van de mogelijkheid gehoord te worden. De Rechtbank Oost-Nederland heeft het beroep ongegrond verklaard.
Het hof overweegt dat in de Awb geen wettelijk voorschrift is opgenomen over de plaats waar een hoorzitting moet worden gehouden. Het bestuursorgaan heeft dus de bevoegdheid een hoorzitting op een andere locatie te houden. Ook het ineenschuiven van de inpandige opname en de hoorzitting is geoorloofd, mits daarbij de minimumeisen die de Awb aan het horen stelt, in acht worden genomen (vgl. CRvB 1 juli 2003, nr. 00/5245 ZW, ECLI:NL:CRVB:2003: AH9929, JB 2003/248). Bij het uitoefenen van deze bevoegdheid dient het bestuursorgaan onder afweging van de betrokken belangen in redelijkheid tot zijn beslissing te komen. Het bestuursorgaan dient daarbij onder meer rekenschap te geven van het belang van de belanghebbende dat hij op een faire en klantvriendelijke wijze in staat wordt gesteld zijn standpunten naar voren te brengen in fysieke aanwezigheid van een of meer vertegenwoordigers van het bestuursorgaan. Voorts kan het bestuursorgaan laten meewegen het algemene belang van een voor het bestuursorgaan efficiënte en doelmatige hoorzitting c.q. bezwaarprocedure.
Naar het oordeel van het hof heeft de heffingsambtenaar bij zijn keuze om in dit geval gelijktijdig met de inpandige opname een hoorzitting op locatie te houden, niet dermate onzorgvuldig of onredelijk gehandeld dat sprake is van een schending van de hoorplicht. De heffingsambtenaar heeft om redenen van doelmatigheid, klantvriendelijkheid en verlaging van de uitvoeringskosten, de hoorzitting gelijktijdig met de inpandige opname gehouden. Bij de planning van deze hoorzitting is de gemachtigde vooraf gekend. Bovendien schrijft het recht niet voor dat voorafgaande aan de hoorzitting belanghebbende bekend moet zijn met de bevindingen van de taxateur. Belanghebbendes gemachtigde heeft geen redenen gegeven die haar zouden verhinderen bij de hoorzitting op locatie aanwezig te kunnen zijn. Dat het voor belanghebbendes gemachtigde, naar haar zeggen, onpraktisch zou zijn om op verschillende locaties en tijdstippen hoorzittingen van cliënten bij te wonen, acht het hof onvoldoende redengevend om de belangenafweging ten gunste van belanghebbende te doen uitvallen.
DATUM:
14 januari 2014
ECLI:
ECLI:NL:GHARL:2014:236
ZAAKNUMMER:
13/00485
INSTANTIE:
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
