Verbonden gevolg aan termijnoverschrijding is buitenproportioneel

Gemachtigde heeft namens belanghebbende bezwaar gemaakt tegen de WOZ-waarde van. Bij brief van 19 april heeft de heffingsambtenaar van de gemeente Uithoorn gemachtigde verzocht om een geldige machtiging. De heffingsambtenaar heeft daarvoor tot 7 mei de gelegenheid geboden. Bij diezelfde brief heeft de heffingsambtenaar erop gewezen dat indien het verzuim niet voor genoemde datum is hersteld, het bezwaar niet-ontvankelijk wordt verklaard. Bij brief van 8 mei heeft de gemachtigde de machtiging toegezonden. Hierop heeft de heffingsambtenaar op 29 mei het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.
Het hof overweegt dat kennelijk onzekerheid bestond over de bevoegdheid van de gemachtigde. Dat het bezwaar nadat aan die onzekerheid een einde was gekomen alsnog niet-ontvankelijk is verklaard vloeit uitsluitend voort uit de omstandigheid dat de termijn voor het insturen van de machtiging met één dag is overschreden. Het hof is van oordeel dat het verbonden gevolg aan de termijnoverschrijding buitenproportioneel is. In artikel 3:4, tweede lid, van de Awb is opgenomen dat een voor belanghebbende nadelig gevolg niet onevenredig mag zijn in verhouding tot het met het besluit te dienen doel. Toepassing van die bepaling brengt mee dat de heffingsambtenaar het bezwaar niet niet-ontvankelijk had mogen verklaren. Het hof vernietigt de uitspraak op bezwaar. Nu belanghebbende heeft verzocht de heffingsambtenaar op te dragen het bezwaar alsnog in behandeling te nemen, beslist het hof dienovereenkomstig (vgl. ECLI:NL:HR:2008:BD6825).
 

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.