Geen sprake van verschoonbare termijnoverschrijding
In geschil is of sprake is van verschoonbare termijnoverschrijding. Belanghebbende was voor zijn werk in Albanië toen zijn dochter hem telefonisch op de hoogte stelde van de uitspraak op bezwaar. Belanghebbende heeft een beroepschrift geschreven en dit meegegeven aan een medewerker die hij naar Nederland heeft gestuurd. Een kennis heeft het beroepschrift bij de rechtbank afgegeven, 2 dagen na het einde van de beroepstermijn.
Het hof overweegt dat belanghebbende 10 tot 12 dagen voor het verstrijken van de beroepstermijn van de uitspraak op bezwaar op de hoogte is geraakt en dus voldoende gelegenheid heeft gehad tijdig beroep aan te (laten) tekenen. Hetgeen aan het bekend worden met de uitspraak op bezwaar vooraf is gegaan, met name of de door belanghebbende gestelde afspraak zou zijn gemaakt met de heffingsambtenaar dat telefonisch contact met hem zou worden opgenomen alvorens uitspraak op bezwaar te doen, is daarom niet relevant. Dat de uitvoering van de postdienst in Albanië een onzeker beloop kent en het dan minder voor de hand ligt een beroepschrift in Albanië ter post te bezorgen, laat onverlet dat belanghebbende op een andere, eenvoudige wijze maatregelen had kunnen treffen om zijn rechten veilig te stellen. Zo had belanghebbende ervoor kunnen kiezen zijn gemachtigde, naar wie de uitspraak op bezwaar is gestuurd en die nog steeds zijn gemachtigde is, tijdig (pro forma) beroep te laten indienen tegen de uitspraak op bezwaar. Dat belanghebbende voor een andere, meer omslachtige weg heeft gekozen die heeft meegebracht dat het beroepschrift te laat is binnengekomen, komt voor zijn rekening en risico. Er is geen sprake van verschoonbare termijnoverschrijding.
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van art. 80a RO.
DATUM:
13 december 2019
ECLI:
ECLI:NL:HR:2019:1952
ZAAKNUMMER:
19/02886
INSTANTIE:
Hoge Raad
