Heffingsambtenaar mocht om verklaring van erfrecht vragen
Erflater was tot aan zijn overlijden eigenaar van de woning. Erflater heeft bij testament zijn echtgenote en zoon genoemd als erfgenamen.
De heffingsambtenaar van de gemeente Boxmeer heeft belanghebbenden verzocht een machtiging te sturen die namens alle erven is ondertekend met een verklaring van erfrecht waaruit blijkt wie de erfgenamen zijn. Belanghebbenden hebben een machtiging toegezonden die is ondertekend door alleen de echtgenote van erflater. Later hebben belanghebbenden aan de heffingsambtenaar ook het testament van erflater toegezonden. Vervolgens heeft de heffingsambtenaar een derde termijn gegeven waarin is vermeld dat, indien de gevraagde gegevens niet binnen een week zijn ontvangen het bezwaar niet-ontvankelijk wordt verklaard. Omdat de gegevens niet zijn ontvangen is het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.
De rechtbank overweegt dat de heffingsambtenaar een machtiging namens alle erfgenamen kon vragen omdat namens “de erven” bezwaar is gemaakt. Namens belanghebbenden is ter zitting aangeboden nog een handtekening van een andere erfgenaam te overleggen. Het is vaste rechtspraak dat een dergelijk verzuim niet na het verstrijken van die termijn nog kan worden hersteld (HR 21 mei 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL4320). Het standpunt van belanghebbenden dat door de heffingsambtenaar een machtiging van de erven niet kon worden verlangd omdat ieder van de erfgenamen voor zichzelf bezwaar kan maken tegen de WOZ-beschikking, wordt niet gevolgd. Belanghebbenden hebben daarvoor immers niet gekozen. Hoewel een verklaring van erfrecht geen dwingend bewijs van erfgenaamschap hoeft op te leveren, neemt dit niet weg dat de heffingsambtenaar naar een verklaring van erfrecht mag vragen en een dergelijke notariële akte als uitgangspunt kan nemen bij zijn beoordeling wie gerechtigd zijn bezwaar te maken.
Het Hof onderschrijft deze oordelen van de Rechtbank en maakt die tot de zijne. Het Hof voegt daaraan toe dat uit het arrest van de Hoge Raad van 21 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1706 volgt dat bij een namens “de erven” ingesteld rechtsmiddel deze voorwaarde aan de machtiging mag worden gesteld.
DATUM:
30 januari 2020
ECLI:
ECLI:NL:GHSHE:2020:312
ZAAKNUMMER:
19/00107
INSTANTIE:
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
