Brief is niet als uitspraak op bezwaar bedoeld
De heffingsambtenaar van het Noordelijk Belastingkantoor heeft aan X een aanslag watersysteemheffing ter zake van gebouwde onroerende zaken opgelegd, waartegen X bezwaar heeft gemaakt. X heeft ook bij de gemeente bezwaar aangetekend tegen de WOZ-beschikking. De heffingsambtenaar geeft vervolgens bij brief een uitleg van het wettelijke systeem, waarin onder meer is vermeld dat als de gemeente de WOZ-waarde wijzigt, een verrekeningsbesluit volgt. X komt tegen deze brief in beroep. Het hof oordeelt dat de brief van de heffingsambtenaar geen kenmerken draagt van een uitspraak op bezwaar. Zo ontbreekt elke aanwijzing dat de brief als uitspraak is bedoeld, is er geen dictum in opgenomen, ontbreekt een oordeel over de proceskostenvergoeding en is er geen rechtsmiddelverwijzing opgenomen. Het beroep van X is niet-ontvankelijk. De Hoge Raad verklaart het beroep van X ongegrond met toepassing van art. 81 lid 1 Wet RO.
Terug naar kennisbankDATUM:
13 december 2019
ECLI:
ECLI:NL:HR:2019:1953
ZAAKNUMMER:
19/03027
INSTANTIE:
Hoge Raad
