Door belanghebbende als individuele erfgenaam en rechthebbende is (tijdig) bezwaar aangetekend
De heffingsambtenaar van de gemeente Reusel-De Mierden heeft aan de erven X voor kalenderjaar 2017 een WOZ-beschikking gezonden. Belanghebbende stelt dat hij 1 van de 2 executeurs van het testament is, voor 29,5% erfgenaam is en als legaat op 21 maart 2017 de woning in eigendom heeft ontvangen. Hij is van mening dat de erfenis op 1 januari 2017 nog niet was afgewikkeld en de gezamenlijke erven derhalve de OZB ieder voor hun deel van de erfenis moeten betalen. De heffingsambtenaar van de gemeente Reusel-De Mierden heeft belanghebbende niet-ontvankelijk verklaard in zijn bezwaar, omdat de aanslag niet op zijn naam is gesteld (maar op naam van de erven van) en hij dus geen belanghebbende is.
De rechtbank overweegt dat, indien een WOZ-beschikking wordt tenaamgesteld van ‘de erven’, er drie rechtsingangen zijn: voor de erven gezamenlijk, voor de individuele erfgenaam die rechthebbende is tot een nog onverdeelde nalatenschap, ofwel door bezwaar tegen een medebelanghebbendebeschikking (art. 28 Wet WOZ). In dit geval is door belanghebbende als individuele erfgenaam en rechthebbende (tijdig) bezwaar aangetekend. Voor belanghebbende als individuele erfgenaam stond de weg open van het (op eigen titel) indienen van een bezwaarschrift tegen de WOZ-beschikking. De heffingsambtenaar heeft het bezwaar daarom onterecht niet-ontvankelijk verklaard.
DATUM:
14 mei 2019
ECLI:
ECLI:NL:RBOBR:2019:2767
ZAAKNUMMER:
18/2645
INSTANTIE:
Rechtbank Oost-Brabant
