Beroep tegen tweede uitspraak op bezwaar niet-ontvankelijk
De heffingsambtenaar van de gemeente Eindhoven vermindert de WOZ-waarde in de uitspraak op bezwaar en heeft belanghebbende niet gehoord. De gemeente treedt met hem in contact en belanghebbende trekt het beroep in. De gemeente hoort alsnog en doet voor de tweede keer uitspraak. Belanghebbende komt weer in beroep.
De rechtbank oordeelt dat het beroep niet-ontvankelijk is. Met het doen van de eerste uitspraak op bezwaar is de procedure beëindigd. De tweede uitspraak is geen appellabel besluit (ECLI:NL:HR:2012:BT1516) en is ten onrechte gedaan. Het beroep kan, anders dan hij stelt, niet worden geacht te zijn gericht tegen de eerste uitspraak, omdat hij dat beroep zelf heeft ingetrokken, terwijl daartoe naar het oordeel van de rechtbank geen noodzaak bestond. De rechtbank weegt in haar oordeel mee dat belanghebbende in bezwaar en beroep is bijgestaan door een professioneel opererend gemachtigde en van een dergelijke gemachtigde kan redelijkerwijs worden aangenomen dat hij op de hoogte is van de jurisprudentie. Deze wetenschap dient dan ook aan belanghebbende toegerekend te worden (ECLI:NL:GHSHE:2016:5371). Nu het beroep niet ontvankelijk is, hoeft geen uitspraak te worden gedaan op het verzoek om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn (ECLI:NL:HR:2016:2712).
DATUM:
17 november 2017
ECLI:
ECLI:NL:RBOBR:2017:6080
ZAAKNUMMER:
17/809
INSTANTIE:
Rechtbank Oost-Brabant
