Geen beroep mogelijk tegen nadere beslissing na uitspraak op bezwaar
De heffingsambtenaar van de gemeente Maastricht heeft aan belanghebbende een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd. Bij de eerste uitspraak op bezwaar heeft de heffingsambtenaar deze aanslag verminderd tot nihil. Bij de tweede uitspraak op bezwaar heeft de heffingsambtenaar de eerste uitspraak op bezwaar herroepen, het bezwaar van belanghebbende alsnog ongegrond verklaard, de aanslag verminderd tot nihil en het verzoek om proceskosten in bezwaar alsnog afgewezen. De rechtbank stelt voorop dat uit het arrest van de Hoge Raad van 20 januari 2012 (ECLI:NL:HR:2012:BT1516) volgt dat het stelsel van wettelijke bepalingen die het beroep in belastingzaken regelt, meebrengt dat met het doen van een uitspraak op een bezwaarschrift de behandeling van het bezwaar eindigt. Dit betekent dat een nadere beslissing die de heffingsambtenaar zonder tussenkomst van de rechter neemt, niet is aan te merken als een beslissing waartegen op grond van art. 7:1 lid 2 Awb beroep kan worden ingesteld.
Verder overweegt de rechtbank dat de heffingsambtenaar in de eerste uitspraak op bezwaar ten onrechte heeft nagelaten op het verzoek om vergoeding van proceskosten te beslissen, zodat het beroep in zoverre gegrond is. De oorspronkelijke naheffingsaanslag was inhoudelijk niet onjuist. De heffingsambtenaar hoeft de in bezwaar geclaimde proceskosten daarom niet te vergoeden.
Terug naar kennisbank
DATUM:
06 juli 2017
ECLI:
ECLI:NL:RBLIM:2017:6530
ZAAKNUMMER:
AWB-16/2455
INSTANTIE:
Rechtbank Limburg
