Eisers 2 en 3 kunnen geen rechtsmiddelen aanwenden tegen de vastgestelde WOZ-waarden

Het beroep is ingediend door 3 eisers. De rechtbank moet ambtshalve de ontvankelijkheid van het beroep beoordelen. De rechtbank stelt vast dat de uitspraken op bezwaar zijn gericht aan eiser 1, evenals de waardebeschikkingen. Ingevolge art. 26a AWR kan uitsluitend beroep worden ingesteld door de belanghebbende tot wie de beschikking zich richt. Dat betekent dat alleen eiser 1 beroep kon instellen. Voor zover eisers 2 en 3 bedoeld hebben beroep in te stellen in hun hoedanigheid van derde-belanghebbenden, geldt dat het bepaalde in art. 26a AWR daaraan evenzeer in de weg staat. Dat de woning onderdeel uitmaakt van een nalatenschap waarin eisers allemaal gerechtigd zijn, maakt dat niet anders.
Het voorgaande brengt niet mee dat eisers 2 en 3 geen rechtsmiddelen (hebben) kunnen aanwenden tegen de door verweerder vastgestelde WOZ-waarden van de woning. Zij hadden kunnen verzoeken hen op de voet van art. 28 Wet WOZ een aan hen gerichte waardebeschikking toe te zenden. Daartegen hadden zij (desgewenst) bezwaar en beroep kunnen instellen. Het beroep van eisers 2 en 3 is niet-ontvankelijk.
 

 

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.