Belanghebbende maakt ontvangst door heffingsambtenaar niet aannemelijk
De heffingsambtenaar van BSGR stelt dat hij geen beslissing op bezwaar hoefde te nemen, omdat hij het (pro forma) bezwaarschrift van belanghebbende niet heeft ontvangen.
Het hof overweegt dat aannemelijk is geworden dat het bezwaarschrift door PostNL is verzonden naar het kantooradres van de heffingsambtenaar. De heffingsambtenaar heeft evenwel het vermoeden van ontvangst of aanbieding van het bezwaarschrift ontzenuwd door zijn verklaring dat alle poststukken die bij BSGR binnenkomen door de front office gescand worden en vervolgens worden ingeboekt in het postregistratiesysteem, tezamen met zijn stellingen dat bij inboeking van een poststuk automatisch een ontvangstbevestiging gegenereerd en verzonden wordt. Uit het geautomatiseerde systeem van BSGR blijkt dat geen ontvangstbevestiging naar de gemachtigde van belanghebbende verzonden is. Op grond hiervan moet ontvangst of aanbieding van het bezwaarschrift redelijkerwijs worden betwijfeld. Belanghebbende heeft vervolgens geen nader bewijs geleverd, waardoor niet aannemelijk is gemaakt dat het bezwaarschrift is ontvangen of aangeboden. Indien en voor zover belanghebbende in dit verband verwijst naar de verzendbevestiging van PostNL en de verklaring van de Channel Manager van PostNL, geldt dat deze bevestiging en verklaring uitsluitend betrekking hebben op de verzending per post en niet op de ontvangst of aanbieding op het adres van de heffingsambtenaar. De door belanghebbende erkende mogelijkheid dat het bezwaarschrift is zoekgeraakt of verloren gegaan nadat het door PostNL is verzonden, dient voor zijn rekening en risico te komen. Hij is immers degene die voor deze wijze van (post)verzending heeft gekozen.
DATUM:
28 februari 2017
ECLI:
ECLI:NL:GHDHA:2017:1065
ZAAKNUMMER:
BK-16/00352
INSTANTIE:
Gerechtshof Den Haag
