Vernietiging aanslag in het verleden wekt vertrouwen voor de toekomst
Aan belanghebbende is een aanslag precariobelasting opgelegd voor een voorwerp aan zijn pand. De heffingsambtenaar van de gemeente Eindhoven duidt het aan als luifel, en belang-hebbende als betonnen goot. De Rechtbank ‘s-Hertogenbosch heeft de beroepen ongegrond verklaard. Over 2006 is een vergelijkbare aanslag precariobelasting opgelegd. In verband met de inschatting van de procesrisico’s heeft de heffingsambtenaar voor de zitting de aanslag 2006 vernietigd. Belanghebbende doet daarom een beroep op het vertrouwensbeginsel.
Naar het oordeel van het hof beroept belanghebbende zich daarop terecht. Belanghebbende heeft de vraag of het voorwerp precariobelasting opriep in 2007 naar aanleiding van het opleggen van een aanslag 2006 uitdrukkelijk aan de orde gesteld en dat heeft geresulteerd in een vernietiging van die aanslag door de heffingsambtenaar. Uit niets blijkt dat de heffingsamb-tenaar daarbij voor de toekomst een voorbehoud heeft gemaakt. Die vernietiging kan niet anders dan als een uitdrukkelijke standpuntbepaling worden aangemerkt die alleen voor de toekomst kan worden herroepen. Daaraan doet niet af dat de gemeente toen wel twijfel had over de status van het voorwerp en nu niet meer. Het gaat erom waarop belanghebbende sinds 2007 objectief beschouwd en dus redelijkerwijs mocht rekenen. In het midden moet dan blijven of het voorwerp een goot is of een luifel en ook of de onmiskenbare schending van het gelijkheidsbeginsel in dit geval te rechtvaardigen is met de stelling dat er een tekort is aan mensen en middelen en daarom een keus moet worden gemaakt bij de heffing van precariobe-lasting.
Het hof verklaart het hoger beroep gegrond en vernietigt de aanslag precariobelasting.
DATUM:
14 augustus 2013
ECLI:
ECLI:NL:GHSHE:2013:3762
ZAAKNUMMER:
13/00011
INSTANTIE:
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
