Voor het vaststellen van een bestemmingsplan zijn geen leges verschuldigd

X verzoekt de gemeenteraad van Gemert-Bakel tot het aanpassen van een planregel in een bestaand bestemmingsplan. De heffingsambtenaar heeft dit opgevat als een aanvraag tot het vaststellen van een nieuw bestemmingsplan als bedoeld in art. 3.1 lid 1 Wro, waarvoor leges zijn verschuldigd.
Gelet op de tekst van de legesnota is de rechtbank van oordeel dat de leges zijn geheven voor het vastleggen van de planregel in het op dat moment nog niet vastgestelde nieuwe bestemmingsplan. Ter zake van dat bestemmingsplan heeft X een zienswijze ingediend en deze heeft geleid tot het opnemen van de betreffende planregel.
De rechtbank overweegt dat bij het vaststellen van de bestemming van gronden in een bestemmingsplan het rechtstreeks en vooral gaat om het dienen van het publieke belang. Het (opnieuw) vaststellen van een bestemmingsplan wordt uitgevoerd met het oog op de publieke taakuitoefening van de gemeente en houdt niet rechtstreeks en in overheersende mate verband met dienstverlening ten behoeve van een individualiseerbaar belang. Bij het in behandeling nemen van een aanvraag tot het (opnieuw) vaststellen van een bestemmingsplan is derhalve niet, ook niet gedeeltelijk, sprake van een rechtstreeks aan de aanvrager verrichte dienst waarvoor op grond van art. 229 lid 1, aanhef en letter b, Gemeentewet rechten kunnen worden geheven.
 

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.