Geen onredelijke en willekeurige belastingheffing
De heffingsambtenaar van de gemeente Veenendaal heeft leges in rekening gebracht voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een omgevingsvergunning. Volgens belanghebbende is sprake van onredelijke en willekeurige belastingheffing omdat de gehanteerde normkosten 64% hoger zijn dan de werkelijke bouwkosten. Belanghebbende verwijst naar de uitspraak van het gerechtshof Amsterdam van 23 maart 2007, ECLI:NL:GHAMS:2007:BB4227. Verder voert belanghebbende aan dat uit het raadsbesluit tot vaststelling van de Legesverordening blijkt dat de relatie met de werkelijke bouwkosten volledig is losgelaten, omdat rekening wordt gehouden met een autonome groei van 1%. Dit heeft geen enkele relatie met bouwkosten of de kosten die de gemeente maakt voor het verlenen van omgevingsvergunningen.
De rechtbank overweegt dat uit de uitspraak van gerechtshof Amsterdam blijkt dat het vereiste dat de normkosten een afspiegeling moeten zijn van de reële bouwkosten, niet met zich brengt dat deze niet hoger mogen zijn dan die bouwkosten. Het vaststellen van normatieve bouwkosten op bedragen die ongeveer 50% hoger zijn dan de normkosten die voorvloeien uit marktgegevens op zichzelf leidt niet tot het oordeel dat de belastingrechter moet ingrijpen. Het enkele feit dat de gehanteerde normkosten aanzienlijk hoger zijn dan de werkelijke bouwkosten, vormt dus op zichzelf geen aanleiding voor het oordeel dat sprake is van onredelijke of willekeurige belastingheffing. De verhoging van alle belastingtarieven met 1% komt de rechtbank niet onredelijk voor. Omdat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat door deze verhoging de opbrengstlimiet wordt overschreden, ziet de rechtbank ook geen aanknopingspunten voor het oordeel dat de Legesverordening om die reden onverbindend zou zijn.
DATUM:
01 april 2019
ECLI:
ECLI:NL:RBMNE:2019:1480
ZAAKNUMMER:
UTR 18/178
INSTANTIE:
Rechtbank Midden-Nederland
