Vergunningplicht Wet natuurbescherming voor golfbaan grenzend aan Natura 2000-gebied
Belanghebbende is eigenaar van een golfaccomodatie. Zij is in beroep gegaan tegen een legesaanslag in verband met de behandeling van een aanvraag voor een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming.
De rechtbank overweegt dat uit het aanvraagformulier blijkt dat wordt voldaan aan de voorwaarden van de verordening en de tarieventabel. Dat de vergunningaanvraag op verzoek van de provincie Limburg was en hiertoe geen noodzaak bestond, doet niet af aan het belastbaar feit.
Er is namelijk een aanvraag ingediend en zijn er op grond van de Verordening leges verschuldigd, tenzij vrijstelling hiervan kan worden verleend. De rechtbank oordeelt dat de vrijstelling niet van toepassing is, omdat de aanvraag niet enkel op het beheer van een Natura 2000-gebied ziet. Bovendien ligt in de tekst van de Verordening besloten dat een vergunning aan de orde is indien handelingen in de nabijheid van het gebied een verstorend effect kunnen hebben op de soorten van dat gebied. De rechtbank acht aannemelijk dat op de golfbaan zodanige handelingen worden verricht. Op het aanvraagformulier was namelijk aangegeven dat de handelingen op de golfbaan een kans op een effect op het natuur 2000-gebied veroorzaken en een ander effect dan stikstofdepositie veroorzaken. Of die handelingen daadwerkelijk een negatief effect hebben, is niet relevant. De enkele mogelijkheid is al voldoende voor het aannemen van een vergunningplicht.
DATUM:
18 januari 2019
ECLI:
ECLI:NL:RBLIM:2019:383
ZAAKNUMMER:
AWB-18/1303
INSTANTIE:
Rechtbank Limburg
