Geslaagd beroep op vertrouwensbeginsel
In geschil is of terecht leges zijn opgelegd aan een woonwagenbewoner die in 1991 een berging heeft gebouwd op van de gemeente gehuurd terrein dat later gekocht is. Belanghebbende voert aan dat over de bouw van de berging overleg heeft plaatsgevonden met een gemeenteambtenaar. Deze gaf aan dat dit geen probleem was en het goed zou komen met de leges. Belanghebbende beroept zich op het vertrouwensbeginsel, omdat alsnog een aanslag leges is opgelegd. De heffingsambtenaar van de gemeente Heemskerk verklaart dat de gemeenteambtenaar voor de woonwagenbewoners het aanspreekpunt namens de gemeente was en geen mandaat had voor het verlenen van vergunningen. Hij stelt dat niet verklaard is dat geen leges zouden worden geheven en de bedoeling van de uitspraak anders was.
Het hof acht aannemelijk dat de gemeente erin heeft bewilligd dat de berging vrij van vergunning
kon blijven, althans dat bij belanghebbende een zodanig vertrouwen is gewekt. Gelet op wat de heffingsambtenaar over de functie van de gemeenteambtenaar heeft verklaard, acht het hof het aannemelijk dat belanghebbende destijds in redelijkheid niet behoefde te twijfelen aan de bevoegdheid van de gemeenteambtenaar ter zake van hetgeen hij over de berging tegenover belanghebbende heeft verklaard. Op grond van het vertrouwensbeginsel mag de gemeente de leges niet heffen van belanghebbende.
DATUM:
08 januari 2019
ECLI:
ECLI:NL:GHAMS:2019:418
ZAAKNUMMER:
17/00505 en 17/00511
INSTANTIE:
Gerechtshof Amsterdam
