Vrijstelling voor zonnepanelen ziet ook op de bevestigingsconstructies
Belanghebbende stelt dat voor het plaatsen van zonnepanelen ten onrechte uitgegaan is van bouwactiviteiten omdat de omgevingsvergunning is aangevraagd voor een monumentenactiviteit waarvoor geen leges worden geheven. Daarnaast is het plaatsen van zonnepanelen vrijgesteld op basis van de Tarieventabel. Belanghebbende stelt dat de frames waarop de zonnepanelen worden geplaatst, onlosmakelijk deel uitmaken van de zonnepanelen en daarmee vallen onder het begrip ‘plaatsen van zonnepanelen’ in de vrijstellingsbepaling. De heffingsambtenaar van de gemeente Groningen stelt dat alleen de zonnepanelen zijn vrijgesteld, de frames, behoren wel tot de bouwkosten voor de berekening van de leges.
Voor de rechtbank staat vast dat er een omgevingsvergunning is aangevraagd en verleend op basis van zowel een bouwactiviteit als een monumentenactiviteit. Dat belanghebbende alleen een aanvraag voor een monumentenactiviteit in wilde dienen, maar door het digitale aanvraagprogramma gedwongen werd ook een aanvraag voor een bouwactiviteit in te dienen, maakt dit niet anders. Indien belanghebbende het niet eens was met de grondslagen waarop de vergunning was verleend, dan had zij tegen de verlening van de vergunning in bezwaar kunnen komen. Ten aanzien van de vrijstelling ziet de rechtbank niet in dat het plaatsen van zonnepanelen zou kunnen geschieden zonder daarbij gebruik te maken van enige constructie om de zonnepanelen aan te bevestigen. De term ‘het plaatsen van de zonnepanelen’ omvat logischerwijs dan ook tevens de bevestigingsconstructies die voor het plaatsen ervan noodzakelijk zijn.
DATUM:
15 november 2018
ECLI:
ECLI:NL:RBNNE:2018:4700
ZAAKNUMMER:
AWB-17/4016
INSTANTIE:
Rechtbank Noord-Nederland
