Bestemmingsplan tijdig geactualiseerd, geen grondslag voor berekening bouwkosten
Belanghebbende heeft in 2015 bij de gemeente Alphen-Chaam een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend voor het oprichten en gedeeltelijk wijzigen van een varkensstal. Voor het perceel waarop de aanvraag betrekking heeft gold het ‘bestemmingsplan 2001’ vastgesteld bij raadsbesluit van 22 februari 2001. De gemeenteraad heeft op 11 februari 2010 een nieuw ‘bestemmingsplan 2010’ vastgesteld. Dit bestemmingsplan is vernietigd bij uitspraak van 11 april 2012 (ECLI:NL:RVS:2012:BW1593). In geschil is of de sanctie van art. 3.1 lid 4 Wro van toepassing is en zo nee, of de leges tot het juiste bedrag zijn berekend.
De rechtbank stelt voorop dat de gemeenteraad bij besluit van 11 februari 2010 het bestemmingsplan 2010 heeft vastgesteld. Hiermee is naar het oordeel van de rechtbank op 11 februari 2010 een bestemmingsplan vastgesteld en is de sanctie van art. 3.1 lid 4 Wro tot tien jaar ná die datum niet van toepassing. Op het moment dat een bestemmingsplan wordt vastgesteld wordt voldaan aan de actualiseringsverplichting. Art. 3.1 lid 4 Wro spreekt over het vaststellen van een nieuw bestemmingsplan dan wel het nemen van een verlengingsbesluit. Naar het oordeel van de rechtbank kan hierin niet worden gelezen dat sprake moet zijn van een onherroepelijk geworden dan wel een inwerking getreden bestemmingsplan. Indien op een later moment, zoals in het onderhavige geval, het bestemmingsplan deels wordt vernietigd leidt dat niet tot het gevolg dat de gemeentelijke wetgever niet aan zijn actualiseringsverplichting heeft voldaan. Overschrijding van de termijn impliceert niet dat het bestemmingsplan geen rechtskracht meer heeft; er is dus geen sprake van een fatale termijn. Het is ook niet de bedoeling van de wetgever geweest dat de sanctie van art. 3.1 lid 4 Wro een inhoudelijk karakter heeft.
Op grond van de tarieventabel vormen de bouwkosten de grondslag voor de berekening van de leges. De rechtbank oordeelt dat voor de berekening van de bouwkosten methode 1 (aannemingssom) en methode 3 (bouwen in eigen beheer) niet van toepassing kunnen zijn. De vangnetmethode 2 waarbij de bouwkosten worden geraamd op basis van normblad NEN 2631 ontbeert een deugdelijke grondslag, omdat het normblad niet op de voorgeschreven wijze is gepubliceerd. Daardoor is er geen grondslag om de bouwkosten te kunnen berekenen. Ook een andere methode is volgens de rechtbank niet toegestaan, omdat de tarieventabel een uitputtende omschrijving geeft van het begrip bouwkosten en bovendien geen ruimte geeft om een andere methode te kiezen. Dit laatste zou ook in strijd zijn met de rechtszekerheid, op basis waarvan is vereist dat een betrokkene vooraf kan bepalen hoeveel leges er verschuldigd zijn. Het beroep is gegrond.
DATUM:
13 maart 2018
ECLI:
ECLI:NL:RBZWB:2018:1774
ZAAKNUMMER:
BRE 17/413
INSTANTIE:
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
