Inzageplicht niet geschonden
De heffingsambtenaar van GBT heeft in de correspondentie met X over het hoorgesprek niet vermeld waar en wanneer de op de zaak betrekking hebbende stukken ter inzage liggen. Het hof oordeelt dat X door deze schending van art. 7:4 lid 3 Awb niet is benadeeld. X heeft zich laten vertegenwoordigen door een professionele gemachtigde die meerdere belanghebbenden vertegenwoordigde in bezwaarprocedures met GBT. Uit praktische overwegingen zijn meerdere zaken gedurende één hoorgesprek behandeld, en afstemming over datum en tijdstip heeft op praktische wijze plaatsgevonden. De heffingsambtenaar was niet gehouden voor elke zaak afzonderlijk aan te geven waar en wanneer de stukken konden worden ingezien. Van een professionele gemachtigde mag dan worden verwacht dat hij bekend is met het gegeven dat de stukken een week voorafgaand aan het hoorgesprek ter inzage liggen op het kantoor van de heffingsambtenaar.
Terug naar kennisbankDATUM:
07 juli 2020
ECLI:
ECLI:NL:GHARL:2020:5157
ZAAKNUMMER:
19/00734
INSTANTIE:
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
