Heffingsambtenaar schendt hoorplicht door X niet te horen
De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar verzending van de uitnodigingsbrief voor een hoorgesprek niet aannemelijk heeft gemaakt: hij heeft geen stukken overgelegd waaruit de daadwerkelijke verzending blijkt. Aan de schending van de hoorplicht kan niet met toepassing van art. 6:22 Awb worden voorbijgegaan omdat partijen van mening verschillen omtrent de waardering van de feiten. Het in de bezwaarfase horen van X kon een functie hebben naast de mogelijkheid van een (eventueel) onderzoek ter zitting in beroep. X is door deze gang van zaken benadeeld, de uitspraak op bezwaar moet worden vernietigd.
DATUM:
15 juni 2020
ECLI:
ECLI:NL:RBMNE:2020:2201
ZAAKNUMMER:
19/4783
INSTANTIE:
Rechtbank Midden-Nederland
