Gestelde gezondheidsschade door veehouderij geen reden voor verminderen WOZ-waarde
Belanghebbende is door de heffingsambtenaar van de gemeente De Fryske Marren aangeslagen als eigenaar/gebruiker van meerdere onroerende zaken (twee arbeiderswoninkjes en een boerderijtje). Belanghebbende heeft zijn hoofdverblijf elders. Binnen een straal van ongeveer 500 meter van de huisjes bevinden zich twee veehouderijen (met elk zo’n 500 koeien). Sinds 2015 kent belanghebbende gezondheidsklachten die, volgens belanghebbende en zijn partner, worden veroorzaakt door de aanwezigheid van intensieve veehouderij. Belanghebbende bezoekt de noordelijke provincies, wegens luchtwegproblemen die hij hier oploopt, alleen nog met een gasmasker. In geschil is of de onderhavige WOZ-beschikkingen van de twee arbeidershuisjes te hoog zijn vastgesteld vanwege risico op gezondheidsschade door de veehouderij (in het bijzonder de uitstoot van fijnstof) en waardoor haar recreatiewoning onverkoopbaar is. Belanghebbende stelt dat de WOZ-beschikking en aanslagen OZB, rioolheffing, forensenbelasting en afvalstoffenheffing onterecht zijn opgelegd, omdat zij de onderhavige onroerende zaak niet meer kan bezoeken, gebruiken, onderhouden zonder serieuze gezondheidsschade op te lopen. Bovendien is belanghebbende van mening dat de gemeente er mede voor heeft gezorgd dat er megastallen worden gebouwd waardoor de luchtkwaliteit zeer slecht is en de gezondheid van bewoners ernstig gevaar loopt.
De rechtbank is van oordeel dat de heffingsambtenaar met de door hem overgelegde stukken en de toelichting ter zitting heeft voldaan aan de op hem rustende bewijslast dat de WOZ-waarden van de huisjes niet te hoog zijn vastgesteld. De gehanteerde referentieobjecten zijn voldoende vergelijkbaar en er is voldoende rekening gehouden met de onderlinge verschillen. Omdat de overige gehanteerde referentieobjecten ook in hetzelfde gebied zijn gelegen als de onderhavige objecten is bij de waardebepaling van de onroerende zaken in voldoende mate rekening gehouden met de vóór en -nadelen die het wonen op het platteland met zich meebrengt, waaronder de aanwezigheid van intensieve veehouderij. Ten aanzien van de aanslagen OZB, rioolheffing, forensenbelasting en afvalstoffenheffing oordeelt de rechtbank dat deze op juiste gronden, conform de verordeningen, zijn geheven.
(Rechtbank Noord-Nederland 5 juni 2018, nrs. LEE 16/4815 tot en met 16/4822, ECLI:NL:RBNNE:2018:2533 en ECLI:NL:RBNNE:2018:2534)
DATUM:
05 juni 2018
ECLI:
ECLI:NL:RBNNE:2018:2533
ZAAKNUMMER:
LEE 16/4815 t/m 16/4822
INSTANTIE:
Rechtbank Noord-Nederland
