Verhoging waarde in goede justitie

De heffingsambtenaar van de gemeente Midden-Groningen heeft in bezwaar de waarde van belanghebbendes woning gehandhaafd op € 157.000.
Belanghebbende stelt dat, gelet op de prijs waarvoor hij de woning heeft gekocht in 2007 en gelet op de prijsontwikkeling op de woningmarkt sindsdien, het uitgesloten moet worden geacht dat zijn woning op de waardepeildatum € 50.000 minder waard zou zijn dan de aankoopprijs. Belanghebbende stelt als gevolg van de waardering door verweerder dit bedrag te hebben verloren en daardoor ‘financieel het schip in te gaan’. Belanghebbende voert verder aan dat hij van plan is de woning over vijf jaar te verkopen. De WOZ-waarde zal dan indicatief zijn voor de prijs die belanghebbende zal kunnen realiseren bij verkoop. Schade lijdt hij voorts indien voor de vaststelling van aardbevingsschade aansluiting wordt gezocht bij de WOZ-waarde.
De rechtbank wijst er allereerst op dat belanghebbende met zijn standpunt dat hij als gevolg WOZ-beschikking, € 50.000 heeft verloren, miskent dat de prijs van een woning niet wordt bepaald door de WOZ-waarde. Aangezien de heffingsambtenaar jaarlijks de WOZ-waarde opnieuw vaststelt en belanghebbende pas over 5 jaar tot verkoop van de woning wenst over te gaan, bestaat geen verband tussen de waardevaststelling en de dan te realiseren verkoopprijs. De stelling van belanghebbende dat hij ‘financieel het schip ingaat’ als gevolg van een te laag vastgestelde WOZ-waarde mist dan ook feitelijke grondslag. Dat leidt niet tot de conclusie dat het beroep van belanghebbende wegens het ontbreken van belang niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. Uit de uitspraak van de Hoge Raad 20 oktober 2017 (ECLI:HR:2017:2656)) volgt dat tot uitgangspunt moet worden genomen dat eenieder die in bezwaar of beroep een hogere waarde bepleit, bij vaststelling daarvan een belang heeft.
De heffingsambtenaar heeft vastgesteld dat de inhoud van de woning niet 381 m3, maar 406 m3 is, maar niet inzichtelijk gemaakt hoe deze grotere inhoud zich verhoudt tot de gehandhaafde WOZ-waarde. Ook belanghebbende heeft de door hem voorgestane waarde niet aannemelijk gemaakt. De rechtbank stelt de waarde schattenderwijs vast op € 165.000.
Ten overvloede overweegt de rechtbank uit het arrest van de Hoge Raad van 20 oktober 2017 volgt dat een hogere WOZ-waarde, in beginsel niet leidt tot een hogere OZB-belasting over het jaar waar de waardevaststelling op ziet.
 

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.