Koopsommen voor woonrechten niet relevant
Belanghebbende stelt dat onvoldoende rekening is gehouden met de gerealiseerde koopprijzen van de woonrechten van appartementen in het gebouw en in de serviceflat. Aanstaande bewoners dienen lid te worden van een vereniging, leden van deze vereniging mogen een woonrecht kopen. Voor de toelating tot de vereniging is instemming van een ballotagecommissie nodig. Daarnaast is een minimale leeftijdsgrens aan aanstaande leden gesteld.
Het hof overweegt dat door gebruik te maken van verkochte appartementen in serviceflats de heffingsambtenaar van BghU er rekening mee houdt dat de markt voor serviceflats van dien aard is dat voor deze flats, gelet op de aard en de functie daarvan, prijzen worden betaald die in belangrijke mate lager zijn dan de prijzen die betaald worden voor overigens vergelijkbare flats (HR 3 februari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV2583). De heffingsambtenaar maakt in zijn taxatie terecht geen gebruik van de koopsommen voor woonrechten in het gebouw, omdat deze overdrachten niet voldoen aan artikel 17, tweede lid, van de Wet WOZ. Met de woonrechten die leden van belanghebbende verwerven, verkrijgen de leden immers niet de volle en onbezwaarde eigendom van de onroerende zaak. Zo kan men geen hypotheek op de onroerende zaak vestigen, waardoor de financiering een probleem kan zijn. Daarnaast is de groep kopers door belanghebbende beperkt door de ballotagecommissie en de leeftijdsgrens. Daarmee voldoen deze overdrachten niet aan de wettelijke ficties. Naar het oordeel van het hof heeft de heffingsambtenaar aannemelijk gemaakt dat hij de WOZ-waarden niet te hoog zijn vastgesteld.
DATUM:
17 januari 2017
ECLI:
ECLI:NL:GHARL:2017:246
ZAAKNUMMER:
15/00788 t/m 15/00884
INSTANTIE:
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
