Voldoende rekening gehouden met ernstige scheurvorming en overige gebreken
Belanghebbende is van mening dat de heffingsambtenaar van BWB bij de WOZ-waardering van de garageboxen had moeten uitgaan van de hwk-methode. Belanghebbende stelt dat het door een constructiefout aannemelijk is dat de onroerende zaken niet afzonderlijk worden verkocht.
Het hof overweegt dat er geen rangorde is tussen de verschillende waarderingsmethoden, al kan een van de methoden onder omstandigheden geschikter zijn dan de andere methoden. Hetgeen belanghebbende aanvoert acht het hof onvoldoende om de methode van systematische vergelijking niet geschikt te achten voor de waardebepaling. De door de heffingsambtenaar aangedragen referentieobjecten acht het hof bruikbaar, omdat deze voldoende vergelijkbaar zijn met de onroerende zaken. Belanghebbende stelt dat de scheurvorming wordt veroorzaakt, dan wel beïnvloed, door de ligging van de onroerende zaken nabij de spoorbaan. De heffingsambtenaar heeft uiteengezet dat scheurvorming bij andere objecten in de nabijheid van het spoor hem niet bekend is en dat het daarom goed mogelijk is dat de scheurvorming een andere oorzaak heeft, bijvoorbeeld een slechte fundering. Gelet op de weerspreking door de heffingsambtenaar acht het hof niet aannemelijk dat de scheurvorming is veroorzaakt door de ligging nabij de spoorbaan. Overigens is het hof van oordeel dat met de ernstige scheurvorming en overige gebreken ten aanzien van de onroerende zaken in voldoende mate rekening is gehouden in de waardering van de heffingsambtenaar. De heffingsambtenaar heeft aannemelijk gemaakt dat de WOZ-waarden niet te hoog zijn vastgesteld. Dat de heffingsambtenaar noch diens taxateur de onroerende zaken inpandig heeft opgenomen, wat voor rekening en risico van de heffingsambtenaar komt, doet hieraan niet af.
DATUM:
12 januari 2017
ECLI:
ECLI:NL:GHSHE:2017:74
ZAAKNUMMER:
15/01379 t/m 15/01426
INSTANTIE:
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
