Waardevaststelling melkveehouderij
De heffingsambtenaar van de gemeente Bronckhorst heeft in het taxatierapport aansluiting gezocht bij de kengetallen van de landelijke taxatiewijzer Agrarische grond/gebouwen en heeft de melkveehouderij van belanghebbende met behulp van het TIOX-rekenmodel getaxeerd. Ook bevat het taxatierapport gegevens van twee transacties. Belanghebbende stelt dat het taxatierapport niet bruikbaar is, omdat het niet toegestaan is om het TIOX-rekenmodel toe te passen op andere objecten dan incourante en bijzondere objecten. Verder is een van de beide transacties te ver van de waardepeildatum gelegen, zodat slechts één vergelijkingsverkoop resteert.
Het hof acht het TIOX-rekenmodel wel bruikbaar. De heffingsambtenaar heeft onweersproken verklaard dat er weinig vergelijkingsverkopen zijn, waardoor de taxatiewijzer een geschikt hulpmiddel is voor de bepaling van de WOZ-waarde. Dit klemt te meer nu belanghebbende terecht heeft aangevoerd dat één vergelijkingsverkoop ver van de waardepeildatum 1 januari 2013 is gelegen. Hieraan verbindt het hof geen gevolgen, aangezien de vergelijkingsverkopen uitsluitend zijn gebruikt om de bruikbaarheid van de taxatiewijzer voor de regio waarin de melkveehouderij is gelegen, te ondersteunen. In dit licht is het gebruik van de transportdatum van de vergelijkingsverkopen in plaats van de verkoopdatum niet van invloed op de uitkomst van deze procedure. Het hof is van oordeel dat de heffingsambtenaar aannemelijk heeft gemaakt dat de WOZ-waarde op de waardepeildatum niet te hoog is vastgesteld. Niet is gesteld of gebleken dat de heffingsambtenaar van verkeerde objectgegevens is uitgegaan of dat, gelet op bouwjaar, bouwmateriaal en grootte, te hoge kengetallen zijn gebruikt. Het gebruik van een landelijke taxatiewijzer is een bruikbaar hulpmiddel bij het vaststellen van de WOZ-waarde, mits rekening wordt gehouden met de plaatselijke omstandigheden. De in het taxatierapport opgenomen vergelijkingsverkopen geven in beginsel geen aanleiding om af te wijken van de uitgangspunten in de taxatiewijzer. Voor zover de individuele financiële situatie van belanghebbende al aanleiding zou moeten geven tot benedenwaartse bijstelling van de WOZ-waarde, heeft belanghebbende niet aannemelijk gemaakt dat zijn melkveehouderij slechter dan gemiddeld presteert. Uit de overgelegde jaarcijfers blijkt dat belanghebbende in 2013 en 2014 een bescheiden winst heeft gerealiseerd.
DATUM:
21 februari 2017
ECLI:
ECLI:NL:GHARL:2017:1386
ZAAKNUMMER:
16/00250
INSTANTIE:
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
